Vele voetbalverenigingen werken met een of andere vorm van selectie. De reden is dat men naast recreatief ingestelde spelers ook prestatiegerichte spelers zoveel mogelijk spelplezier en ontplooiingsmogelijkheden wil bieden. Selectie gebeurt meestal door enkele kenners, bijvoorbeeld trainers of scouts. Het scoutingsysteem heeft zich in het verleden bewezen maar bezit twee nadelen: selectie beperkt zich tot een relatief kleine groep toppers en is gebaseerd op de mening van een kleine groep personen. Om deze nadelen het hoofd te bieden, werkt het HTC-systeem met tamelijk grootschalige observaties.
In SVS zijn observatoren nodig die op zorgvuldig samengestelde invulformulieren hun mening over de spelers opschrijven. Op de formulieren geeft men aan in hoeverre een speler op een bepaalde positie aan de voetbaleigenschappen voldoet die voor die positie van belang zijn. De mening is gebaseerd op waarnemingen tijdens wedstrijden en trainingen, maar ook in de kleedkamer, of anderszins. De mening van een observator is, bij voorkeur, niet bekend bij anderen. Uiteindelijk worden gedurende het seizoen alle spelers door een of meerdere observatoren beoordeeld, soms wel vijf.
De te beoordelen eigenschappen zijn vastgesteld door de Technische Commissie. In eerste instantie zijn wij uitgegaan van een formulier zoals ooit door FC Groningen op internet gepubliceerd is. De observatiegegevens worden overgenomen in een computerprogramma dat de gemiddelde waardes van de beoordelingen uitrekent. Hiermee wordt de subjectiviteit in de beoordelingen goeddeels weggenomen. Het computerprogramma is inmiddels verspreid over diverse sporten en over meer dan 50 verenigingen, gemeentelijke instellingen en aan de sport verbonden personen.
De uitslagen bepalen de volgorde van geschiktheid van de spelers die op een bepaalde positie beoordeeld zijn. Deze volgorde wordt besproken tijdens de halfjaarlijkse vergadering van de observatoren, de betrokken trainers en de Jeugdcommissie. Voor het gros der spelers wordt doorgaans het advies uit SVS overgenomen, d.w.z. komen de beste spelers per positie in het eerste team, de op één na beste in het tweede, enzovoorts. Enkele goede spelers die op hun oorspronkelijk positie een net iets betere speler vóór moesten laten gaan, kunnen op een andere positie worden geplaatst omdat die andere positie anders te zwak bezet zou zijn. Hieraan was goed het adviserend karakter van het SVS te zien. Het observeren gaat continu door en daardoor blijven er kansen voor iedere speler om in een hoger team te komen.
Er komen uiteindelijk veel gegevens over iedere speler in de database. Omwille van de privacy van zowel speler als observator, is de database niet openbaar. Databeheer gebeurt door de Jeugdcommissie. Iedere speler of een ouder/verzorger) kan echter wel zijn eigen gemiddelde gegevens inzien. De gemiddelden kunnen ook voor opleidings- en trainingsdoeleinden worden gebruikt.
Bent u geïnteresseerd in de technische details van ons SVS, klik dan hier.





















